Een vaccin dat oorspronkelijk werd ontwikkeld om jonge mensen te beschermen tegen een gevaarlijke hersenvliesontsteking, zou mogelijk ook nog een tweede, onverwachte functie hebben. Nieuw onderzoek onder leiding van Adelaide University, in samenwerking met NT Health, brengt het meningokokken-B-vaccin (bekend onder de naam 4CMenB) in verband met een lager risico op gonorroe. Uit de studie blijkt dat twee doses van dit vaccin gekoppeld zijn aan een 38 procent lager risico op meldingen van gonorroe bij jongeren tussen 14 en 22 jaar. Dat is een opvallende uitkomst, want gonorroe en meningokokkenziekte zijn op het eerste gezicht twee heel verschillende aandoeningen. Toch is er een biologische reden waarom deze koppeling niet uit de lucht komt vallen, en dat maakt de bevinding voor onderzoekers en volksgezondheidsdeskundigen bijzonder interessant.
Om te begrijpen waarom dit resultaat zo veel aandacht trekt, is het goed om eerst stil te staan bij wat gonorroe precies is. Gonorroe is een seksueel overdraagbare aandoening, veroorzaakt door de bacterie Neisseria gonorrhoeae. De infectie wordt overgedragen via seksueel contact en kan verschillende delen van het lichaam treffen, waaronder de geslachtsorganen, de keel en de endeldarm. Lang niet iedereen die besmet raakt, merkt daar meteen iets van; de infectie kan geheel zonder klachten verlopen, waardoor iemand het onbewust kan doorgeven. Wanneer er wel klachten optreden, kunnen die variëren en soms hinderlijk zijn. Onbehandelde gonorroe kan op langere termijn tot complicaties leiden. Om die redenen is gonorroe wereldwijd een belangrijk aandachtspunt binnen de seksuele gezondheidszorg, en wordt het als een veelvoorkomende soa beschouwd. Het is een onderwerp waar op een nuchtere, niet-veroordelende manier over gesproken zou moeten worden, omdat het simpelweg deel uitmaakt van de gezondheid van veel mensen.
De sleutel tot de mogelijke verklaring van de nieuwe bevinding ligt in de bacterie zelf. Neisseria gonorrhoeae, de veroorzaker van gonorroe, is nauw verwant aan Neisseria meningitidis, de bacterie waartegen het meningokokken-B-vaccin bescherming biedt. Beide behoren tot hetzelfde geslacht Neisseria en delen daardoor bepaalde overeenkomsten in hun bouw en in de eiwitten en structuren die zich aan hun buitenkant bevinden. Een vaccin werkt door het afweersysteem te leren bepaalde kenmerken van een ziekteverwekker te herkennen, zodat het lichaam sneller en gerichter kan reageren wanneer het die verwekker later tegenkomt. Omdat de twee Neisseria-bacteriën genetisch en structureel op elkaar lijken, bestaat het idee dat een afweerreactie die wordt opgewekt tegen de meningokokkenbacterie in zekere mate ook effect zou kunnen hebben op de gonorroebacterie. Dit fenomeen wordt kruisbescherming genoemd: bescherming tegen de ene ziekteverwekker die als bijeffect ook enige weerstand biedt tegen een verwante verwekker. Deze biologische verwantschap vormt de meest voor de hand liggende verklaring voor de nu waargenomen samenhang, en het is precies deze plausibiliteit die de bevinding geloofwaardiger maakt dan een toevallige uitkomst.
Waarom is een mogelijk effect tegen gonorroe juist nu zo relevant? Dat heeft alles te maken met een groeiend probleem in de behandeling van deze soa: antibioticaresistentie. Gonorroe wordt behandeld met antibiotica, maar de bacterie Neisseria gonorrhoeae heeft in de loop der jaren een opmerkelijk vermogen laten zien om ongevoelig te worden voor het ene na het andere middel. Waar vroeger verschillende antibiotica goed werkten, is het aantal effectieve opties in de loop van de tijd afgenomen. Dit maakt gonorroe tot een van de infecties waarbij deskundigen zich zorgen maken over de toekomst van de behandeling. Als de bacterie ongevoelig wordt voor de laatst overgebleven middelen, dreigt een situatie waarin gonorroe steeds moeilijker te genezen is. Tegen die achtergrond is elke aanwijzing dat een bestaand vaccin enige bescherming zou kunnen bieden, waardevol. Een vaccin voorkomt immers infecties, in plaats van ze achteraf te moeten behandelen, en zou daardoor de druk op de beschikbare antibiotica kunnen verlichten. Preventie via vaccinatie zou in dat opzicht een aanvulling kunnen zijn op de bestaande aanpak, die grotendeels leunt op testen, behandelen en veilig vrijen.
Het is belangrijk om te benadrukken wat voor soort onderzoek hier aan de basis ligt. De studie van Adelaide University en NT Health is observationeel van aard. Dat betekent dat de onderzoekers gegevens hebben bekeken van jongeren die het vaccin al dan niet hadden gekregen, en vervolgens hebben gekeken naar het aantal gonorroemeldingen in die groepen. Ze hebben dus geobserveerd wat er in de praktijk gebeurde, in plaats van in een strak opgezet experiment mensen willekeurig wel of geen vaccin toe te wijzen. Uit die vergelijking kwam naar voren dat twee doses van het 4CMenB-vaccin samenhingen met een 38 procent lager risico op gonorroemeldingen bij de leeftijdsgroep van 14 tot 22 jaar. Een observationeel verband als dit is waardevol en wijst een richting aan, maar het is niet hetzelfde als een sluitend bewijs van oorzaak en gevolg. Bij dit soort onderzoek bestaat altijd de mogelijkheid dat andere factoren meespelen die zowel met vaccinatie als met het risico op gonorroe samenhangen. De onderzoekers rapporteren daarom een associatie, een statistisch verband, en geen bewezen oorzakelijk verband.
Wat zou het betekenen als dit effect zich in verder onderzoek bevestigt? Voor de publieke gezondheid zou een vaccin dat naast meningokokkenziekte ook enige bescherming biedt tegen gonorroe, een belangrijke meerwaarde hebben. Meningokokken-B-vaccins worden in verschillende landen al toegediend, met name aan jongeren en jongvolwassenen, juist de groep waarin ook gonorroe relatief vaak voorkomt. Als een reeds bestaand en toegepast vaccin een dubbele functie zou blijken te vervullen, zou dat betekenen dat er mogelijk een middel binnen handbereik ligt om de verspreiding van gonorroe af te remmen, zonder dat er van nul af aan een geheel nieuw vaccin ontwikkeld hoeft te worden. Dat zou vooral van betekenis zijn in het licht van de eerder genoemde antibioticaresistentie. Toch is het belangrijk hier voorzichtig te blijven: de mate van bescherming die in deze studie werd gezien, is gedeeltelijk en zeker geen volledige immuniteit. Zelfs als het effect wordt bevestigd, zou het vaccin de bestaande vormen van preventie niet vervangen, maar er hooguit een aanvulling op vormen.
Uiteindelijk is het goed om deze uitkomst met een nuchtere blik te bekijken. Het onderzoek van Adelaide University en NT Health voegt een interessante en biologisch plausibele aanwijzing toe aan een groeiend beeld dat het meningokokken-B-vaccin mogelijk breder beschermt dan alleen tegen de ziekte waarvoor het bedoeld is. De verwantschap tussen de twee Neisseria-bacteriën geeft een aannemelijke reden waarom kruisbescherming zou kunnen optreden, en de gevonden 38 procent lagere kans op gonorroemeldingen is een resultaat dat de moeite waard is om verder te onderzoeken. Tegelijk blijft dit een associatie uit observationeel onderzoek, die nog bevestiging behoeft in aanvullende studies voordat er stevige conclusies aan verbonden kunnen worden. Het effect is gedeeltelijk, de precieze werking moet nog beter worden begrepen, en de bevinding is geen aanleiding om te veronderstellen dat men na vaccinatie beschermd is tegen soa's. Veilig vrijen, laten testen en tijdig behandelen blijven de kern van seksuele gezondheid. Dit bericht bevat geen medisch advies; wie vragen heeft over vaccinatie of over de eigen gezondheid, kan die het beste bespreken met een huisarts of een andere zorgverlener. Wat de studie vooral laat zien, is dat wetenschap soms onverwachte verbanden blootlegt die, mits zorgvuldig verder onderzocht, in de toekomst van nut kunnen zijn voor de volksgezondheid.